Het verhaal van Karel W.

'De gevolgen van de Japanse oorlog en de bersiap'.

Mijn vader  heeft zeven kinderen van drie vrouwen. Met zijn eerste vrouw had hij drie kinderen Van zijn eerste vrouw is hij gescheiden om met mijn moeder te kunnen trouwen. Uit dat huwelijk zijn twee kinderen geboren, mijn zus en ik. Na de oorlog heeft mijn vader mijn tweede moeder leren kennen. Zij zijn nooit getrouwd, maar leefden samen (in concubinaat). Uit die verbintenis zijn twee jongens geboren.

Japans krijgsgevangenenkamp

De oorlog heeft mijn vader (milicien) in Japans krijgsgevangenkamp in Japan doorgebracht; hij heeft daar een dagboek van bij moeten houden. Mijn eigen moeder met haar twee kinderen heeft in een interneringskamp in Bandoeng gezeten. In 1944 is mijn moeder aan malaria tropica overleden. Ik heb totaal geen herinnering aan haar. Mijn zus en ik zijn daarna opgevoed door twee vrouwen, zogenaamde ‘tantes’. Aan hen heb ik slechts hele vage herinneringen. Kort na de oorlog heb ik ze slechts één keer in Holland ontmoet.

Toen mijn vader uit het krijgsgevangenkamp teruggekeerd was en met mijn tweede moeder ging samen wonen (in Batavia?) vormden we een gezin. Mijn tweede moeder was weduwe en had een zoon. 

Naar Holland
Eind 1946 zijn wij met z'n vijven vanuit Indië per boot naar Holland gegaan. Onderweg is mijn stiefbroer overleden aan hersenvliesontsteking en heeft een zeeemansgraf gekregen.

In Holland zijn we eerst een paar maanden bij de moeder van mijn vader in G. ingetrokken. In 1947 zijn we verhuisd naar S. en in 1948 naar A. waar mijn vader werk had gevonden.

In ons gezin in A. boterde het niet tussen mijn stiefmoeder, mijn zus en mij. Vooral nadat mijn jongste (half)broer was geboren. Mijn zus en ik hebben heel wat klappen (mishandeling !) en straf gekregen. In onze ogen werden mijn halfbroers enorm voorgetrokken, wat natuurlijk niet waar was in de ogen van mijn stiefmoeder. Mijn vader trok altijd partij voor haar. Zij had een waardevast staatspensioen vanwege haar gesneuvelde echtgenoot en mijn vader had aanvankelijk geen inkomen. Vanwege dat staatspensioen zijn ze ook nooit getrouwd, omdat als ze zouden trouwen, dat pensioen zou vervallen. Mijn twee halfbroers zijn wel erkend door mijn vader (geëcht).

Geen fijne jeugd

Dat mijn zus en ik geen "fijne" jeugd hadden werd bekend in de buurt. Mensen hebben daar toen aangifte van gedaan bij de kinderbescherming. Met name mijn zus ging het verkeerde pad op. Uiteindelijk zijn wij beiden eind 1953 / begin 1954 uit huis geplaatst naar een kindertehuis. Daar hebben wij de leukste tijd van onze jeugd doorgebracht : we gingen naar gewone scholen in de stad en we konden heerlijk spelen met de andere kinderen. Op de eerste avond in het kindertehuis kreeg ik van de leidster een liefdevolle nachtzoen; daar was ik helemaal kapot van; van mijn stiefmoeder had ik dat nog maar zelden gehad en van mijn eigen moeder kon ik me daarvan niets herinneren. Mijn stiefmoeder -en af en toe ook mijn vader- heeft vele gesprekken met de leiding van het kindertehuis gevoerd. Uiteindelijk zijn wij medio 1957 weer teruggegaan naar huis en toen ging het -beiden wat verstandiger- en mijn stiefmoeder ook wat prettiger in de omgang, beter.

Wat ik -en ook mijn zus- heb meegemaakt met mijn tweede moeder (en mijn vader!) lijkt heel veel op wat ik in de boeken van Adriaan van Dis, Rudy Kousbroek, Rob Bouman ("Twee moeders") e.a. heb gelezen. Mijn stiefmoeder was het prototype van een stiefmoeder, maar ja, als je bedenkt wat zij heeft meegemaakt (Jappenkamp, man gesneuveld, zoon overleden en nu met een man met twee kinderen samenlevend) is het niet zo verwonderlijk dat ze zich heeft gedragen zoals zij zich heeft gedragen ten opzichte van mijn zus en mij. Zoals reeds gezegd hebben mijn zus en ik in onze jeugd voordat wij naar het kindertehuis gingen heel wat meegemaakt: opgesloten worden in een kelderkast, soms veertien dagen op onze zolderkamer alleen met water en brood (van de buurjongen kregen we af en toe boter en suiker), maar we mochten wel gewoon naar school ("anders zou de buurt er wat van denken"). Mijn zus heeft weleens een pak slaag (van onze vader!) met een mattenklopper gehad waarna het patroon van de mattenklopper op haar billen zichtbaar was. Ik heb wel eens een klap (wederom van mijn eigen vader!) in mijn gezicht gehad, waarna ik een vuurrood gezicht kreeg; ik dacht toen dat dat nooit meer overging (in ons dorp was een meisje met zo'n rode wijnvlek in haar gezicht). Verder moesten mijn zus en ik elke morgen direct na het opstaan onder een koude douche, terwijl mijn stiefmoeder van uit haar warme bed via een spiegel controleerde of we wel degelijk onder de douche stonden.

Tot slot

Als laatste nog het volgende. Mijn zus is met haar man en drie kinderen "geëmigreerd". Hun zoon is daar opgeleid tot piloot en heeft korte tijd later een baan als piloot in Nederland gekregen. In die tijd hadden mijn vrouw en ik regelmatig contact met hem. Bij één van de eerste ontmoetingen heb ik hem verteld hoe zijn moeder en ik onze jeugd ervaren hadden. Daar schrok hij geweldig van. Zijn moeder had daar nooit iets over verteld aan hem en zijn twee zussen. Hij heeft toen besloten nooit meer contact met zijn oma te hebben. 
Mijn stiefmoeder heeft dat mij bijzonder kwalijk genomen: wij hadden haar zwart gemaakt Zij wilde nooit meer iets met ons -behalve dan met haar twee eigen zoons- te maken hebben! Ik heb alleen maar getracht onze jeugd zo neutraal mogelijk zoals mijn zus en ik die hadden ervaren te vertellen en had helemaal niet de bedoeling om mijn stiefmoeder in een kwaad daglicht te stellen. Vanaf die tijd hebben mijn vrouw en ik slechts sporadisch haar ontmoet. Wij waren zelfs niet op haar begrafenis welkom. Gelukkig hebben andere familieleden, met wie ik na het kindertehuis een goede band heb- mij wel uitgenodigd en ben ik bij haar uitvaart aanwezig geweest.

Van mijzelf heb ik het idee dat ik geen trauma aan mijn jeugd heb overgehouden. Bij mijn zus is dat minder het geval. Als ik dit zo opschrijf krijg je de indruk dat onze jeugd alleen maar kommer en kwel was, maar er waren best wel leuke periodes.

NB.Om privacy redenen zijn de personen in het verhaal geanonimiseerd.


 

 

 
 
Copyright © 2017 Pia Media B.V.