Een weggemoffelde massamoord in Indië

Een weggemoffelde massamoord in Indië

Waarom is de massamoord op Nederlanders in Indië (1945-46) zo onderbelicht?

Waarom is de massamoord op Indische Nederlanders zo onderbelicht?

In de meeste publicaties ligt de nadruk vooral op de oorlogsmisdaden die door Nederlandse militairen in Indië in de periode 1945-1949 zijn gepleegd. Het is opmerkelijk dat er zo weinig wordt ingezoomd op de oorlogsmisdrijven van Indonesische zijde in diezelfde periode. Waarom is de massamoord op Indische Nederlanders in de Nederlandse media en geschiedschrijving zo onderbelicht?

Na de Japanse capitulatie en de uitroeping van de Republiek Indonesië in augustus 1945 ontstond een chaotische situatie. Vanaf het najaar van 1945 tot het voorjaar van 1946, de zogenoemde bersiap, zijn duizenden weerloze burgers door ongeregelde Indonesische strijdgroepen vaak op gruwelijke wijze vermoord.

De haat van de jonge Indonesische revolutionairen, aangewakkerd door de Japanse propaganda en indoctrinatie maar ook door de woede over de vooroorlogse koloniale repressie, werd vooral geprojecteerd op de (Indische) Nederlanders maar ook op Ambonezen en Chinezen, die als pro-Nederlands werden beschouwd.

Mensenrechtenschendingen

Het zijn met name buitenlandse historici (zoals William Frederick) die voor het eerst hebben gewezen op het genocidale karakter van dit optreden. Pas later stelden Herman Bussemaker en Willy Meelhuijsen, historici en zelf ervaringsdeskundigen, hun boeken over de bersiap samen. Deze publicaties hebben relatief weinig aandacht opgeroepen. Het is ironisch dat Nederland zich nooit druk heeft gemaakt over deze mensenrechtenschendingen.

Overigens zijn er heel weinig beelden van deze geweldsuitbarstingen gemaakt. En zonder beelden worden deze afschuwelijke drama's niet opgemerkt. De Nederlandse dagbladen schreven destijds wel artikelen, zonder foto's, over het geweld vooral gebaseerd op Britse bronnen. Nederlandse fotografen en journalisten waren nog amper aanwezig. In de fotoarchieven zijn wel beelden van slachtoffers, die later in massagraven werden aangetroffen, terug te vinden. En er zijn ook verslagen van overlevenden. De laatste ooggetuigen zijn hoogbejaard.

Deze oorlogsmisdaden speelden zich vooral af in de afgelegen binnenlanden van Java en Sumatra maar ook in de stedelijke enclaves die door de Britten dienden te worden beschermd. Nederlandse troepen hadden nog geen toestemming van het Britse interim-bestuur om op Java te landen. Recente onderzoeken (zoals van dr. Abdul Wahid) komen uit op zeker dertigduizend slachtoffers, inclusief duizenden vermisten. Nabestaanden zwegen over hun ervaringen en hun pijn werd nooit erkend.

Etnische zuivering

Een voorbeeld is het verhaal van de Nederlandse familie Francken die op een onderneming in de bergen op Oost-Java woonde. Deze familiegeschiedenis is door Inez Hollander in haar boek Verstilde stemmen en verzwegen levens beschreven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stierf vader Francken in gevangenschap. De andere gezinsleden overleefden ternauwernood de Japanse kampen. Vlak na de Japanse capitulatie is door het Rode Kruis een foto gemaakt van de broodmagere zussen Joke (13) en Willy (15) Francken in de openluchtkeuken van het overbevolkte kamp Banjubiru op Midden-Java. De familie Francken werd met een konvooi naar de havenplaats Surabaya in Oost-Java vervoerd. Op 28 oktober 1945 werd dit konvooi, met vrouwen en kinderen, vlakbij het Brantas Hotel in Surabaya aangevallen door Indonesische milities. Ruim honderd (Indische) Nederlandse vrouwen en kinderen, inclusief hun Brits-Indische Gurkha begeleiders, werden vermoord. Joke en Willy Francken werden bij deze aanval afgeslacht. Zoon Harry en zijn moeder overleefden dit bloedbad en werden gerepatrieerd naar Nederland.

Ook de Chinese bevolkingsgroep had het zwaar te verduren. Zo werden de omgeving van Batavia en het achterland bij Medan etnisch gezuiverd door indonesische milities. De Britse kolonel Laurens van der Post beschrijft in zijn boek The Admiral's Baby het tragische voorval op de kleine Sunda-eilanden waar Indonesische strijdgroepen de Chinese gemeenschap van zo'n vijftienhonderd mensen uitmoordden.

Roep om onafhankelijkheid

De roep om onafhankelijkheid was niet meer tegen te houden

Van der Post nam waar dat de komodo's de rottende lichamen van de slachtoffers opaten. Deze gebeurtenis heeft hem nooit meer losgelaten. Trouwens deze afrekeningen vonden plaats nog voordat een Nederlandse militair voet op de Javaanse bodem had gezet. De Britten waarschuwden de Nederlanders dat de geest uit de fles was. De roep om onafhankelijkheid was niet meer tegen te houden.

Van der Post vreesde dat het bij een Nederlandse militaire inmenging tot grootschalig geweld zou komen en interpreteerde dit voorval als een symbolische waarschuwing voor de in zijn ogen onverzoenlijke Nederlanders.

Pas in maart 1946 arriveerden de eerste Nederlandse militairen. Daarna zou de geweldsexplosie met naar schatting zo'n 150.000 Indonesische slachtoffers (inclusief die van de interne Indonesische strijd) pas echt goed losbarsten. De Nederlands-Indische slachtoffers van de bersiap waren ondertussen vergeten.

Overgenomen uit De Volkskrant van 17 augustus 2015 

 

 
 
Copyright © 2017 Pia Media B.V.